Is maatschappelijk ondernemen haalbaar?

10

In de huidige crisis wordt de behoefte aan meer menselijkheid in het zakendoen weer sterker bewust. Onder verschillende namen wordt er naar vernieuwing gestreefd, als business spiritualiteit, maatschappelijk verantwoord ondernemen, zingeving, ecologisch zakendoen, dienend leiderschap, e.d.

Het ondernemerschap streeft eveneens naar een grotere maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de mens. Men beseft steeds sterker dat het gaat om het menselijk wel-zijn. De vaak diepe kloof tussen arm en rijk is hierbij wel het grootste probleem, al wordt die niet altijd uitdrukkelijk genoemd. Daarvoor hebben we het in Nederland nog te goed.

Op internationaal niveau wordt herhaaldelijk aandacht gevraagd voor de armoede in de wereld. De oproep om er iets aan te doen wordt ook in het bedrijfsleven steeds sterker, maar in de praktijk gebeurd er niet veel. Opvallend is dat het vaak de rijkste ontwikkelingslanden zijn die te kampen hebben met de grootste armoede. De rijkdom blijft in deze landen helaas vaak beperkt tot een kleine elite.

De schrijnende pijn van armoede is ver van mijn bed en dringt niet gemakkelijk door tot ons bewustzijn. Toch kan kleinschalige hulp van ondernemingen er veel aan doen en gelukkig gebeurt er ook al veel. Een enkele schijnbaar onbelangrijke en voorbijgaande gebeurtenis kan ons soms sterker bewust maken van deze onmenselijke werkelijkheid.

In het Parool van 15 mei las ik een diep ingrijpend verhaal, getiteld: “Ze zijn gek van angst, die springers”. Een drugjongen springt van de flat af als de politie binnenvalt. Liever sterven dan uitgewezen worden lijkt onbegrijpelijk, maar de Ghanese pastor Tom Marfo uit de Bijlmer legt dit uit: “De mensen zijn doodsbang voor de politie. Waarom zou iemand bij gezond verstand springen? Ze zijn gek van angst. Angst voor uitzetting. Nederlandse hersens kunnen dat niet begrijpen. Je moet je voorstellen: zo’n familie verkoopt alle bezittingen zodat een van hun jongemannen naar het westen kan gaan. Ze werken hier zeven dagen in de week om hun families van levensonderhoud te voorzien. Alle hoop en alle schuld van de extended family rust op hem. Stel je voor wat het betekent dat hij terugkeert met alleen de kleren die hij aanheeft. Dan liever dood, dat is eervoller. Ze komen uit een onvoorstelbare armoede, de enige hoop is het hier maken. Dan is uitzetting het ergste wat ze kan overkomen. Ze zijn hier om anderen in leven te houden. Ze springen niet voor de politie, ze springen voor uitzetting.Hoeveel mensen riskeren hun leven op kapseizende boten? De kans op sterven is wel 95% en toch blijven ze komen. Het is hun enige droom voor de toekomst”

Wat is de oplossing? Ze minder laten komen door hen helpen de armoede in hun eigen land verlichten. Dat lijkt een onmogelijke zaak maar ondernemers zijn belangrijk voor een kleinschalige aanpak in de armoedebestrijding. Ze kunnen relaties en netwerken scheppen van medemenselijkheid en moed geven om er zelf ook iets aan te doen. Daar gaat het om bij verantwoord ondernemerschap.

Paul de Blot SJHartelijke groet,

Paul de Blot
Hoogleraar Business Spiritualiteit
Nyenrode Business Universiteit

10 REACTIES

  1. Beste Paul,

    Wij zouden het doorleven van onze levensgebeurtenissen meer moeten gebruiken ter verrijking als mens.
    Gevangen in een systeem van meer van hetzelfde, worden wij ‘armer’ en zien toe hoe de menselijk maat verdwijnt.

    Hoop doet leven. Gelukkig zien we nieuw leiderschap ontstaan en staan bestaande systemen ter discussie.
    Op termijn zullen we risico- en imagomanagement inruilen voor innovatie en verantwoord (keten)beheer.

    Jouw gastcollege tijdens de DMA van vorig jaar heeft bijgedragen om mijn status en bonus in te ruilen voor het zijn.
    Ik wou je dit al eerder laten weten, maar de thema’s in jouw blog leken mij een leuke verbinding.

    Als zelfstandig ondernemer probeer ik nu organisaties te helpen met duurzaam ondernemen.
    Het is niet makkelijk, zeker niet in deze tijd, maar het voelt zoveel ‘rijker’.

    Graag spreek ik nog eens met je af, al was het alleen maar om je vliegtuigcollectie aan te vullen.

    Met vriendelijke groet.
    Albert Jourdan

  2. Beste Paul,

    Velen denken dat we het in Nederland nog goed hebben. De armoede wordt echter steeds groter, met name wat betreft het medeleven. De armoede in Nederland wordt vergeleken met armoede in ontwikkelingslanden. Of deze vergelijking reeel is? Hier moet men voldoen aan zeer vele plichten en een duurdere levenstandaard. Het lijkt mij onmogelijk dit met elkaar te vergelijken, tenzij men van Nederland een ontwikkelingsland wenst te creëren.
    Zelf heb ik ervaren dat verharding nagestreefd moet worden, dat betrokkenheid geen bestaansrecht meer krijgt, zowel bij overheid-, alsmede bij zorginstanties. Concurrerende werkzaamheden worden gepromoot, kan dit überhaupt tot samenwerking leiden?
    Het is waarlijk onvoorstelbaar welk gevecht werkwillige medemensen moeten leveren?
    Ergo steeds meer mensen zijn bezig met overleven of komen verplicht als vrijwilliger in de maddnes (make a different day) terecht. Of hierdoor sprake kan zijn van enige verantwoordelijkheid ten aanzien van het (maatschappelijk) leven?
    Macht en geld bepalen het beleid en zijn derhalve verantwoordelijk voor de pijn en leed, waarin vele medemensen leven. Hoe dan ook weet ik dat vele medemensen, mezelf incluis, een beter leven wensen en dit eveneens kunnen leren te geven. Men hoeft geenszins alom de beste te zijn om vanuit het beste in zichzelf te leren leven. Helaas wordt dit steeds meer afgeschreven.
    Als iemand dit wenst te leren, ik heb menigeen bijgestaan wat betreft de zingevingsvraag.
    Jarenlang heb ik medemensen begeleid bij de laatste levensfase en eveneens wat betreft de zingevingsvraag omtrent het leven.
    Geloof me, het is echt fijn als men gewoon zichzelf kan en mag leren te zijn, ten dienste van eigen en medemens welzijn. Zal zelfs de maatschappelijke economie ten goede komen.
    Hoewel ik geenszins geleerd ben, weet ik inmiddels wel wat het meest bezeerd. Wantrouwen en afgeschreven te zijn om deel te nemen aan algemeen welzijn leven.
    Ik ben blij met uw aandacht voor deze problematiek. Kom zelf nog vele muren tegen.
    Mijn ervaringen en gedachtegang worden nog wel eens beschouwd als zijnde waan.
    Het is zoals het is.
    Met vriendelijke en openhartige groet

  3. Ja, Maatschappelijk Ondernemen is niet alleen haalbaar. Het is er al.
    Beide begrippen zijn per definitie onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Het een kan niet zonder het ander. Nu gebeurt het alleen nog veel op micro, lokaal of regionaal niveau. Over de grote plassen heen wordt het ineens moeilijker en werpen er zich allerlei instanties op die dit wel voor je willen regelen, maar er lijkt juist behoefte te zijn aan een directer contact wat vaak niet geboden wordt. Daarnaast is er een toenemende behoefte aan transparantie van dit soort organisaties, met de kredietcrisis etc. in ons achterhoofd, wat vaak ook niet geboden wordt. Er zijn diverse ondernemeingen die maatschappelijk ondernemen, ook in diverse werelddelen. En ondernemers die in het vliegtuig stappen en hun kennis en kunde en middelen delen. De grootste groep ondernemers en ondernemingen is echter voorzichtig met mondiale projecten totdat maatschappelijk ondernemen internationaal makkelijker, transparanter, betrouwbaarder en vooral directer wordt. Deze ontwikkeling gaat ongetwijfeld komen vanwege een toenemend bewustzijn van eenheid. Zoals altijd zijn het de voortrekkers die het pad effenen en de weg wijzen. Laten we hen vooral in het zonnetje zetten. Goed voorbeeld doet goed volgen.

  4. Beste meneer de Blot,

    Dank weer voor uw fantastische column. Als vrijwilligster in één van de armste wijken van Bogotá, Colombia, is de kloof tussen arm en rijk niet bepaald ver van mijn bed, ik ben van plan dit te blijven doen naast mijn werk als consultant. In deze wijk heerst armoede en geweld, de mensen die hier wonen zijn veelal ontheemd, velen hebben relaties met de guerrilla of de paramilitairen. Daarbij zijn ook de omstandigheden ronduit rampzalig.

    En juist hier wordt het verschil gemaakt door de bedrijven en de insteek richting ondernemerschap en ontwikkeling, iets wat helaas nog te weinig gebeurt. NGOs werken vaak nog op basis van liefdadigheid, ‘geven om het geven’, wat op lange termijn niet veel effect heeft. Geef een man een vis en hij heeft eten voor één dag, leer hem om te vissen en hij heeft eten voor zijn hele leven. Natuurlijk zitten hier ook weer twee kanten aan; sinds enige tijd krijgen de kinderen op de school waar ik werk lunch en ontbijt, aangezien ze anders met een lege maag de les in zouden gaan, wat tot effect heeft dat ze zich niet goed voelen en de stof niet oppakken.

    Hier werk ik met ouders in workshops over zelfontwikkeling, vooral naar aanleiding van de mishandeling van vrouwen, en met jongeren (15-16 jaar) in workshops over ondernemerschap, creativiteit en innovatie. Gelukkig gebeurt het steeds meer dat bedrijven en NGOs op een meer duurzame manier met deze thema’s aan de gang gaan, er zijn families die van deze faciliteiten hebben geprofiteerd en nu in hun onderhoud kunnen voorzien vanwege hun eigen bedrijfje. Er zijn echter ook nog steeds families die profiteren van alles wat wordt aangeboden, maar niet uit hun armoede komen. Veel daarvan heeft te maken met de houding van de mensen, willen zij slachtoffer zijn van de situatie, of accepteren zij deze en vinden zij een manier om eruit te komen?

    Helaas wordt dit nog veel gezien als een ‘extra’ activiteit, naast de bedrijfswerkzaamheden, en niet geïntegreerd in de waardeketen van een bedrijf. Bedrijven komen cadeaus uitdelen, foto’s maken voor de kranten, en verdwijnen daarna weer. Wel worden dit steeds meer dingen die bijdragen aan de ontwikkeling; schoolmaterialen, workshops in muziek en tekenen (creativiteit).

    Kortom, we gaan de goede kant op maar er is nog veel te doen en veel te verbeteren.

    Met vriendelijke groet,

    Inge de Dreu

  5. Beste Paul,

    Maatschappelijk ondernemen haalbaar?

    Ik denk het niet. Omdat de cultuur niet zo in elkaar steekt. Concurrentie is goed zegt men. In mijn beleving leidt concurrentie naar hebzucht. Concurrentie is strijd leveren, de beste willen en moeten zijn. Anders redt je het niet in de wereld waar men verliezers en winnaars kent. Het is een logisch gevolg denk ik van concurrentie dat er één is die het aflegt. In onze beleving is dat dan een zwakkere.
    Die zwakkere heeft ‘verloren’ dus laten we hem links liggen. Hij of zij zet toch geen zoden aan de dijk. Weg ermee.

    Ik heb weleens gevraagd wat het verschil is tussen het gezegde “Ga heen en vermenigvuldig” en het gezegde “Verenig en verdeel”. Het antwoord was dat de eerste ging over voortplanting en de tweede over geld.

    “Ga heen en vermenigvuldig” impliceert dat je van iets meer kan maken.
    “Verenig en verdeel” impliceert het tegenovergestelde.

    Maar als je iets deelt kan het ook meer worden. Het gaat gemoedelijker en eerlijker. Allebei of allemaal hebben we hetzelfde. Evenveel of even weinig.
    Dat laatste is aan ons.

    “Ga heen en vermenigvuldig” is het omgekeerde ‘zelfde’ als “Verenig en verdeel”.
    Heen gaan én vermenigvuldigen is hetzelfde als verenigen. Als je verenigt ben je met meer. Dat is ook zo met vermenigvuldigen. Maar als je vermenigvuldigt dan verdeel je niets. Je krijgt alleen maar meer. Als er maar één factor geldt, het vermenigvuldigen, dan is er altijd een andere factor die minder heeft.

    In de samenleving is die ene factor die meer krijgt dat kleine clubje elite. Die is aan het vermenigvuldigen over iemand anders’ rug. Omdat de ‘verdeelsleutel’ is gebaseerd op het concurrentiemodel. Er wordt dus wel verdeeld alleen is de sleutel in mijn ogen verkeerd. De een heeft meer dan de ander. (is een heel oud principe en aangeleerd). Maar het is natuurlijk hetzelfde zoals de natuur, het leven werkt.

    Dat clubje elite heeft dus het meeste geld. De banken misschien. Banken zijn het machtigst op de wereld. Zij maken of breken de ondernemer. Het lijkt erop dat de bank bepaald welke ondernemer toe mag treden tot het clubje elite. Je zag dat de politiek en de banken niet met elkaar en niet zonder elkaar kunnen.
    Het geld dat ze er in eerste instantie inpompten was alleen om de balans gelijk te trekken. De balans stond weer op nul. Ondanks dat de balans op nul gezet werd bleef de groep armen net zo groot. Maar omdat groep rijken er geld ingepompt hadden moest dat wel weer ‘terug’ verdient worden. Gevolg…de rijken zijn eventjes iets armer. De armen zijn nog net zo arm dan niet armer en de groep is groter. De rijken kunnen nu weer meer geld verdienen aan de groter (GEMAAKTE) groep armen. Want de rijken kunnen natuurlijk niet alles verdelen. Die 100% geld moet natuurlijk meer worden. Men denkt dat dat alleen maar kan als alleen de rijken zich vermenigvuldigen. Ze zoeken elkaar op. Ze verenigen. Gelukkig! Maar ze verdelen anders dan 50-50. De rijken willen 100% dus de ander moet naar 0%. En dan zorgen wij, -die 100%- hebben wel voor de armen….

    U bent in goede handen! Vertrouw de politiek. Verwelkom het Paternalisme.
    De vader die het kind uitkleedt.

    De vraag waar het allemaal om ging was natuurlijk of we maatschappelijk kunnen bijdragen aan derde wereld landen.

    Zolang wij het ‘voorbeeld’ geven van onze interpretatie van verdelen, zo zal de derde wereld volgen. Wees dus niet verbaasd als het zo blijft.

    C’est la Vie!

"Wat is uw reactie op mijn artikel? Mede namens de andere lezers bedankt voor het toevoegen van uw bijdrage. Laat een reactie achter voor mij, of reageer op elkaar. Het zou mij een plezier doen. Bedankt aan alle lezers die mijn weblog verrijken met een reactie." - Paul de Blot

NB: Uw emailadres wordt nooit gepubliceerd. Reacties met meer dan één link worden eerst gecontroleerd. Link alleen naar relevante websites. Gebruik uw reactie niet voor commercie.


7 + 3 =