De zorg wordt beter maar wordt die ook menselijker?

8

Nederland hoort tot de landen met de beste zorgverlening. Die wordt ook voortdurend vernieuwd in zowel medisch-technisch als organisatorisch opzicht. Is onze zorgverlening daarmee ook menselijker geworden?

De patiënt krijgt steeds minder tijd om over zijn zorgen te praten. De arbeidsvreugde bij de zorgverleners blijkt ook niet te zijn gestegen. Het aantal mensen met burn-out in deze groep is niet afgenomen. Zijn we werkelijk op de goede weg met onze zorg?

Het besef dringt door dat het uiteindelijk om de mens gaat

Deskundigheid en goed beleid is van groot belang, maar de belangrijkste therapeutische kracht in de zorg is wel de persoonlijke relatie tussen patiënt en zorgverlener. Een veel gehoorde klacht is dat de dokter vaak geen tijd heeft om te luisteren. Een vraag wordt door hem nogal eens beantwoord in onbegrijpelijk medisch jargon. Manueel onderzoek, dat eveneens relatiegevoelig en rustgevend is, wordt steeds meer vervangen door moderne apparatuur.

Het verplegend personeel heeft vaak geen tijd voor een patiënt die zijn hart wil uitstorten. In dit opzicht is het voor hem niet beter geworden. De schaalvergroting door fusies maakt de zorg misschien wel efficiënter, maar voor de patiënt niet altijd gemakkelijker.

Gelukkig groeit bij de zorgverleners ook het inzicht dat modernisering niet ten koste mag gaan van de tijd voor de patiënt. Het besef dringt door dat het uiteindelijk om de mens gaat. Studies in de psychosomatiek hebben dit bevestigd en het belang van het persoonlijk contact voor het genezingsproces aangetoond.

Menig arts kan getuigen dat iets meer tijd voor de zieke vaak veel effectiever werkt en uiteindelijk ook tijd en kosten kan besparen, omdat de patiënt niet telkens weer terugkomt. De arts is een heelmeester die de mens als mens heelt.

Paul de Blot SJHartelijke groet,

Paul de Blot
Hoogleraar Business Spiritualiteit
Nyenrode Business Universiteit

8 REACTIES

  1. Ha Paul,

    Wat je beschrijft is heel wenselijk, heel menselijk en heel juist. Tegelijkertijd vrees ik dat jouw stelling ‘Het besef dringt door dat het uiteindelijk om de mens gaat’ iets te optimistisch is. Zoals Carl Jung jaren geleden al heeft uitgewerkt en beschreven kun je het bewustzijn van mensen indelen in 4 groepen: Fysiek, mentaal, Emotioneel, Spiritueel. Jouw stelling heeft de onderliggende aanname dat er een soort bewustzijnsverandering gaande is van het ene naar het andere aspect. Maar wellicht moet ik je daarin teleurstellen. Ik zal het proberen uit te leggen: alle mensen die nieuw op de wereld komen krijgen te maken met dezelfde problematiek, opvoedingsaspecten en leerprocessen waar ook wij indertijd als baby, peuter, kind, puber en jong-volwassene doorheen zijn gegaan. Aangezien dezelfde processen worden doorlopen is er geen garantie dat er een betere wereld ontstaat. Het netto effect van de opvoeding is dat er vanzelf weer een groep ontstaat die meer gericht is op het mentale aspect, een groep die meer gericht is op het emotionele aspect, een groep die zich bezighoudt met het aardse en een groep die zich bezighoudt met het spirituele aspect. En zolang de mentaal gerichte mensen de touwtjes in handen blijven houden, de huidige generatie managers dus, zal er het streven blijven naar meer, efficiënter, sneller. Pas als we erin slagen om meer mensen met aandacht voor emotie of spiritualiteit in de managementlagen van de gezondheidszorg op te nemen zal er verandering komen. Maar die verandering is volgens mij momenteel nog niet gaande. Althans ik zie daar geen beweging, helaas….

    P.s. De startup LifetimePro heeft dit gedachtengoed van Jung omarmd. Op hun website http://www.lifetimepro.nl wordt dit gedachtengoed verder opgepakt en uitgewerkt. Zij hebben ondertussen ook Quickscans en FullScans om te controleren in welk deel van het Jung-spectrum men zich beweegt. Wellicht moeten we teams van zorginstellingen uitnodigen om een dergelijke scan eens uit te voeren.

  2. De afgelopen jaren ben ik nogal eens ‘onder het mes’ geweest om wat lastige tumoren te laten verwijderen. Twee keer in mijn eigen ziekenhuis, maar deze keer in een speciaal kankerziekenhuis. Een verpleegkundige komt binnen, ziet mijn laptop staan en zegt: “Zo, houdt u hier kantoor?” We lachen. De sfeer is gezet. Ze neemt alle tijd voor de intake en is geïnteresseerd in wat ik doe. Ik slaap goed die nacht. De dagen volgend op mijn operatie verbaas ik me over het verschil in verzorging tussen dit ziekenhuis en mijn eigen ziekenhuis. Als ik na zes dagen naar huis mag, vind ik het bijna jammer.
    Zijn de verpleegkundigen in dit ziekenhuis aardiger? Nee, dat is het niet. Ook in mijn eigen ziekenhuis zijn ze aardig. Waar zit het verschil dan?
    In mijn eigen ziekenhuis zag ik in vijf dagen meer dan dertig verpleegkundigen. Er kwam iemand voor de bloedruk, iemand voor de plaszak, iemand voor de medicijnen, iemand met een lastmeteropname, iemand die naar de wond keek, iemand die me waste. Leerlingen maakten het bed op. De wisseling van de wacht speelde zich buiten mijn zichtveld af, zodat het iedere keer een verrassing was wie er aan mijn bed stond. “We werken tegenwoordig taakgericht, dat vinden ze efficiënt”, verzuchtte een oudere verpleegkundige.
    In het gespecialiseerde kankerziekenhuis was de dag, zoals in elk ziekenhuis, opgedeeld in drie diensten, maar in die dienst zag ik steeds dezelfde verpleegkundige. Zij maakte mijn bed op, keek naar mijn infuus, bracht me mijn medicijnen, bekeek de wond, nam koorts op en nog veel belangrijker: zat af en toe even naast mijn bed om te praten. Me te troosten. En met me te lachen. De overdracht gebeurde aan het voeteneind van mijn bed. Als professionele bemoeial vond ik dat heerlijk. Ik voelde me gezien. Gekoesterd, verzorgd.
    Vijf dagen na mijn operatie waren mijn darmen nog steeds niet op gang gekomen en een klysma dreigde. Mijn verpleegkundige van die dag had een idee. “Lopen is goed, goed voor je lijf, goed voor je darmen. Weet je wat ik doe? Ik leg het klysma hier in de wastafel, jij gaat rondjes lopen. Neem je ‘kerstboom’ maar mee. Elke keer als je voorbij je kamer loopt, kijk je even naar de wastafel waar het klysma ligt. Dan loop je weer door. Ik ben over een half uurtje terug.” Ik begin mijn kruisweg en na elk rondje zie ik dat enge zakje liggen en verhoog ik mijn looptempo. Tegen de tijd dat de verpleegkundige terugkomt, zit ik op de wc, en roep naar haar: “Dit was gewoon een psychologisch trucje”. Een schaterlach is het antwoord.
    Efficiëntie is het uitvoeren van een bepaalde taak op de meest praktische manier, goed voor de organisatie. Maar effectiviteit is het uitvoeren van een taak die je dichter bij je doel brengt. In het geval van de verpleegkundige: een tevreden patiënt.

  3. Wat betekent eigelijk menselijker?
    Is het niet typisch menselijk zoals we ons gedragen, in welke zin dan ook?
    Tijd en aandacht hebben met name in de zorg is even zo menselijk als de behoefte om die zorg te ‘regelen’ en dat ‘regelen’ komt tot stand door mensen die denken in tijd en geld en niet in zorg.

    http://www.ziekvanzorg.nl laat heel eenvoudig zien waar dat ‘regelen’ toe leidt. Niet in het dierenrijk maar in het mensenrijk is dat typisch menselijk.

  4. Beste Paul,
    De balans tussen cure en care in de zorg….
    Een aantal jaren terug heb ik dit neergelegd in een klein gedicht met de titel mensen, zorg en cijfers. De zorg om care in de gezondheidszorg.
    Mensen in de zorg
    Zorgen voor mensen
    Zorg om de cijfers
    Cijfers in de zorg
    Geen mens meer in de zorg
    Geen zorg meer voor de mensen
    Valt er nog te cijferen?
    Dit kwam weer naar boven toen ik dit artikel las
    Zorg zie ik als de balans van Vrouwe Justitia zonder blinddoek. Een weegschaal met in de ene schaal de “Cure” en in de andere schaal de “Care” en daarbij als dragende pijler “Aandacht”. Op deze manier kan de balans zich bewegen tussen deze twee schalen van Cure en Care. Door altijd een open aandachtige blik te houden op de andere schaal van de balans zal de inhoud van beide schalen meegenomen worden in de zorg voor mensen in een meer natuurlijk en zinvol evenwicht.
    L. Meijer, eyeopener zingeving.

  5. Oog en oor voor elkaar. Een arm om de schouder. Tijd nemen om echt te luisteren. Omzien naar elkaar. Het zijn alle factoren die meewerken aan een inclusieve samenleving. Vanzelfsprekend halen we daarmee niet alle ziekte(verschijnselen) weg, maar eenzaamheid en niet begrepen of gezien worden kan wel ziek maken. Wij allen kunnen daar een rol in spelen. Hopelijk leidt dat voor velen al tot het voorkomen van gezondheidsklachten. En waar die er wel zijn, dan horen er professionals beschikbaar te zijn met tijd, kennis en kunde. Zijn we als samenleving bereid om gezamenlijk die kosten te dragen?

  6. Beste Paul (zeg ik maar informeel),
    ik lees je stukken vaak met veel plezier en instemming, al reageer ik niet snel. Nu wil ik dat wel doen. Niet omdat ik het niet eens met je ben, maar omdat je mijns inziens deels in dezelfde valkuil stapt die ook artsen hanteren, doe ik dat nu wel een keer. Je spreekt voortdurend over ‘patiënt’. Dat is m.i. een ziekmakende term, die de mens als zieke benadert, ook als die dat vaak niet is. Maar ook als iemand echt ziek is is het onnodig en niet goed hem in die hoedanigheid te benaderen. Klant of cliënt wordt door de meeste andere behandelaars gebruikt en dat is veel neutraler. Patiënt stigmatiseert in zekere zin, maar schept ook afstand en en hiërarchie en leidt niet zelden tot de arrogantie die sommige (veel?) medici zo kenmerkt. Het is een onderdeel van het Medische paradigma, dat hoogtij viert in de samenleving.
    Met vriendelijke groet,
    Albert Heringa, Bennekom

  7. Dag Paul, met het statement waar je mee afsluit, ‘De arts is een heelmeester die de mens als mens heelt.’ beschrijf je de visie waar naar we weer onderweg willen zijn. Precies zoals John opmerkt, zodra geld de leidend factor is, zullen we de consequenties daarvan moeten dragen. Vroeger gingen mensen GENEESKUNDE studeren… tegenwoordig gaan ze MEDICIJNEN studeren… en ja, dat is een behoorlijk verschil!

  8. Beste Paul,

    Je haalt een mooi onderwerp aan. Er wordt momenteel veel over de zorg gepraat en geschreven. We weten allemaal hoe het zou moeten worden georganiseerd. Maar zolang geld de leidende factor is zal de mens altijd op de 2e of 3e plaats komen.
    Gelukkig lijken de inzichten over de effectiviteit van de zorg te kantelen. Het heeft even tijd nodig. Hopelijk dat de nieuwe regering hieraan gaat werken.

"Wat is uw reactie op mijn artikel? Mede namens de andere lezers bedankt voor het toevoegen van uw bijdrage. Laat een reactie achter voor mij, of reageer op elkaar. Het zou mij een plezier doen. Bedankt aan alle lezers die mijn weblog verrijken met een reactie." - Paul de Blot

NB: Uw emailadres wordt nooit gepubliceerd. Reacties met meer dan één link worden eerst gecontroleerd. Link alleen naar relevante websites. Gebruik uw reactie niet voor commercie.


64 + = 67